51 Gedachten als je je kind naar de peuterspeelzaal moet brengen

51 Gedachten als je je kind naar de peuterspeelzaal moet brengen

De Kleinste gaat twee dagdelen per week naar de peuterspeelzaal. Eén van die dagdelen is op de woensdagochtend en dat betekent dat ik de blijde taak heb om de peuter af te leveren op de peuterspeelzaal. Er zijn dagen dat het zo vlot gaat dat de peuter al met 10 minuten binnen zit en niet naar me omkijkt, maar vaker hangt hij aan me alsof ik hem nooit meer zou ophalen, alsof ik hem naar een vreselijk oord breng waar Matilda-achtige praktijken plaatsvinden. Ik deel mijn 51 meest voorkomende gedachten met je als ik De Kleinste naar de peuterspeelzaal breng.

  1. Oh, wat heeeeeerlijk! Vandaag gaat de peuter weer naar de peuterspeelzaal! Ik mag hem tussen half acht en half negen brengen, als ik hem om zeven uur wakker maak, dan ben ik om kwart voor 8 al alleen thuis!
  2. Is het sneu als ik die boterham waar dat kind nu al een half uur op kauwt, gewoon weggooi onder de noemer: ‘je eet daar maar?’
  3. Nee, dat kan niet. Dan is hij straks één van die kinderen die zonder ontbijt op school verschijnt.
  4. Hij roept dat hij op heeft en smijt zijn boterham tegen de muur. Prima. Op dus. Schoenen aan. Jas aan. Gaan.
  5. werpt een blik op de klok oh, het is acht uur. Mooi, dan ben ik over een kwartier terug. Zit ik om half negen achter mijn laptop om aan mijn blog te werken.
  6. Nee, mama gaat je niet dragen. Je kan prima lopen.
  7. Nee, mama gaat je écht niet dragen.
  8. Echt niet.
  9. Ik draag je wel, arme schat. Je moet niet zo pruilen, sorry, mama wil je niet aan het huilen maken. Kijk, een molen! Zie je ook het vogelhuisje waar we elke week langslopen en die je toch elke week weer met veel enthousiasme aanwijst?
  10. Waar gaan we heen lieverd? Ja, naar school! Fijn he?
  11. Vanaf hier ga je lopen. Klein stukje nog. Mama moet dat eind ook nog terug. Ik vind het wel even goed, je hebt twee benen gekregen waar je prima op kan lopen.
  12. Oké, het is totaal niet raar dat je op de grond gaat liggen. Totaal niet vreemd.
  13. Keek dat oude wijf nu naar me alsof ik een slechte moeder ben? Als ik hier dat kind stond uit te schelden, dan was ik een slechte moeder! Of als ik hem had opgetild en zijn zin had gegeven. Dan had ik het vast óók slecht gedaan!
  14. Oké, mama tilt je vanaf de trap. Nog tien passen.
  15. Nee? Blijf dan maar liggen.
  16. Lieverd, de grond is koud. Doe dit maar niet. Straks kijken die leidsters naar buiten en wordt mijn kind gemarkeerd als ‘in de gaten houden’.
  17. Ik til je wel. Kom maar hier.
  18. Zo. We zijn binnen. Jas uit. Hang je kabouter maar aan de deur.
  19. Mama komt nog wel even zitten, prima. Op dat veel te kleine stoeltje. Zit fantastisch.
  20. Mama wil niet kleien.
  21. Oké, ik klei al.
  22. Kijk, je juf kan veel beter kleien. Ze heeft een paddestoel gemaakt. Mama maakt een slang.
  23. Nog meer kleien? Oké, nog een slang.
  24. Nee, mama kan geen olifant kleien.
  25. Of een giraf.
  26. Hier, nog een slang.
  27. Mama gaat naar huis.
  28. Waarom wil je nu ineens wel knuffelen? Vanochtend wilde je niet.
  29. Oh, ga je thee zetten voor me. Lekker. Doe me er ook een koekje bij.
  30. Het is nepthee. Ik zou niet verbaasd moeten zijn.
  31. Mama gaat nu echt. Mama moet nog heel veel doen. Zoals naar de tandarts.
  32. Waarom heb ik de tandarts vandaag gepland? Ik wil wijn – het is tien over acht. Ik wil thee. Of zoiets.
  33. Nee, mama wil niet nog in het keukentje kijken. Daar is mama thuis ook nooit te vinden.
  34. Oh, wat een prachtige nep hamburger.
  35. Oh en een nep steak.
  36. Oh, en nep brood.
  37. Gooi je dat nu samen met de nep sla in de nepmagnetron? Lieverd, dit kan ni-
  38. Dit kan wel, oké, dit kan wel! ik zie het! Het gaat prachtig samen. Heerlijk.
  39. Mama gaat nu echt.
  40. Krijgt mama een kus?
  41. Mama haalt je op nadat je boterhammen hebt gegeten. Want hier eet je ze wel. Thuis niet.
  42. Oké, nog een kus.
  43. Oké. nog een kus.
  44. En nog een knuffel.
  45. En nog één. Sure, why not.
  46. Oh, nog één. Nou, nee, nu gaat mama echt.
  47. Mama komt zwaaien, ik beloof het!
  48. Mama komt je echt ophalen.
  49. Je juf is heel lief, kijk! Ze komt je al knuffelen.
  50. Dag schat!
  51. Daag! Ik zwaai je buiten uit!

En je zult zien dat wanneer ik dan buiten sta, een half uur later, dat dat kind dus niet meer zwaait maar lief speelt. Ik verdenk hem ervan mij te willen uitputten zodat ik niet van mijn vrije ochtend kan genieten.

Back to Top