51 gedachten als je voor het eerst naar een camping gaat

51 gedachten als je voor het eerst naar een camping gaat

Ik ben zo’n persoon die vroeger nooit naar de camping ging tijdens de zomervakantie. Geen drie weken zwembad, geen nieuwe vriendjes en vriendinnetjes maken die ik daarna nooit meer zou zien en geen vakantieliefdes. Jop had dit alles wel, dus toen wij ouders werden, waren we het over één ding eens: kinderen hebben een camping nodig in hun leven. Toen we net verkering hadden, hebben we één zomer gekampeerd. Omdat we om 7 uur ’s ochtends de tent al uitdreven door ons zweet, durfden we het nooit meer aan om te kamperen. Onlangs bevonden wij ons op een heuse glamping, in een luxe tent. De luxe van een fatsoenlijk bed, eigen wc en keuken, maar het campinggevoel van spinnen, lawaaiige buren en zweet. En dat leverde de volgende 51 gedachten op als je voor het eerst naar een camping gaat.

  1. Of ik bij het inchecken vroeg of onze glampingtent een sleutel had? Ja, ja, dat deed ik. Wist ik veel wat ik verwachtte.
  2. De echtgenoot lacht me uit en komt er nu pas achter dat ik écht nooit eerder heb gekampeerd. ‘Het is een tent, schat. Een tent.’ Ja, sorry. Schaamrood op de kaken.
  3. Oh, wat gezellig, kamperen! Of glamperen! Kijk, er ligt een cadeautje voor ons klaar bij de tent!
  4. Oh. Het is een afwasborstel. Wat attent. En een schuursponsje.
  5. Wat leuk, iedereen zegt hoi tegen elkaar! Alsof ik in mijn eigen stad ben. Alleen waar ik thuis moet doen alsof ik mensen ken, omdat ik niet weet of ze gewoon sociaal zijn, of mij wel kennen – ik ben nu eenmaal slecht in gezichten onthouden – weet ik hier zeker dat ik niemand ken!
  6. We gaan zwemmen. Ik heb het de peuter al zes keer gezegd. Als hij nog één keer vraagt wat we gaan doen, vertel ik hem dat we terug naar de tent gaan.
  7. Hij vroeg het opnieuw. Een hulpvaardige vader die ik nog nooit eerder had gezien vertelde dat we gaan skiën. Ik lachte te hard. De peuter denkt nu echt dat we gaan skiën. Hij weet niet eens wat skiën is.
  8. Hij weet trouwens ook niet wat kamperen is en vraagt ons al twee dagen of we naar de camping gaan. Kind, we STAAN AL OP DE CAMPING. Zie je die tenten? Nee, ik weet ook niet waarom we het niet tenting noemen. Waarom noemen ze het camping?
  9. Oh, komt van het woord kamp. Makes sense. Waar dat woord dan vandaan komt, misschien kan ik het googlen.
  10. De WiFi van de camping is wel erg traag. Ultiem vakantiegevoel.
  11. Ik heb geen 4G hier. Vakantiegevoel weg. Paniekmodus aan.
  12. Oh, kamperen betekent terug naar de natuur, met relatief weinig luxe. Dat snap ik. Maar dat doe je toch niet zonder internet? Hoe moet je dan googlen wat kamperen betekent?
  13. Is dat vuurwerk? Hoor ik nu vuurwerk? Is er ergens een festival gaande of zit de beveiliging niet op te letten?
  14. Ik wil googlen of er vuurwerk is. MAAR MIJN INTERNET DOET HET NIET.
  15. Het is geen vuurwerk. Het zijn de kinderen van onze tijdelijke buren die op de houten vlonders heen en weer rennen.
  16. Ik zweet me een ongeluk. Ik wil een airco. Of ik wil graag twee mannen die mij toewapperen met palmbladeren.
  17. Nee, kamperen is niets voor mij. Ik heb medelijden met de mensen in hun caravan en tent die met hun wc-rol naar een ‘sanitair gebouw’ moeten lopen. Dan hoor je dus gewoon je buurman schijten. Hopelijk nadat hij zich voor heeft gesteld, maar toch.
  18. Wat ben ik blij dat we in onze glampingtent een eigen badkamer hebben.
  19. Nou ja, bad’kamer’. Er hangt een tentdoek tussen. En daar is alles mee gezegd.
  20. Wat is het niet charmant om je eigen vent te horen poepen op de wc. Noem me preuts, maar misschien luister ik nog liever naar de buurman.
  21. Wie bedenkt het om het animatieteam volop in de zon te laten werken?
  22. Je moet niet denken dat ik me bekommer om die tieners, maar wel om het feit dat ik daar tussen sta met mijn peuter, hem te enthousiasmeren om te dansen. Tyfus, wat een kolerehitte.
  23. Ik hoorde iemand die tegen iemand anders zei dat er airco’s te huur zijn.
  24. 20 euro voor een airco per nacht. Eh. Ik kan ook zelf een airco kopen, da’s misschien goedkoper.
  25. Ze komen de airco aansluiten. VERKOCHT!
  26. Er huilt een kind. Is dat de onze? Het lijkt uit onze tent te komen.
  27. Het klinkt niet als mijn kind.
  28. Het komt wel uit onze tent, geloof ik.
  29. Oké, misschien heb ik vannacht een zonnesteek opgelopen en heb ik stiekem, zonder dat ik het door heb, eigenlijk al twee kinderen. En huilt de ene die ik ben vergeten.
  30. Volgens de echtgenoot hebben we geen tweede.
  31. De striae op mijn buik denkt daar anders over.
  32. Het klinkt serieus alsof er zich een elftal kinderen in onze tent heeft verstopt en daar ligt te janken.
  33. Ik kijk toch maar voor de zekerheid.
  34. Ik weet niet wat ik had verwacht. Er liggen geen extra kinderen in mijn tent. De peuter slaapt. Uiteraard in ons bed.
  35. Alarm. Alarm. ALARM. Er pakt iemand een gitaar. EEN GITAAR.
  36. Wat als diegene niet kan spelen? Ik ben verdorie niet op zomerkamp.
  37. We gaan toch niet met zijn allen Kumbaya-en toch?
  38. Wanneer zou ik mogen klagen dat het me te ver gaat?
  39. Oh, er loopt iemand in haar bikini over de camping. Ik houd ervan. Geen schaamte.
  40. Gitaar is best oké. Bijna niet te horen, maar dat komt misschien door de jammerende kinderen.
  41. Oh, die airco… zalig.
  42. Kind slaapt. Papa en mama spelen Skip-Bo. Dit moeten we vaker doen, thuis.
  43. Ik heb zin om de was te doen. Met de hand. WTF is er mis met mij?
  44. Zonnesteek. Zeker weten zonnesteek. Of de ‘frisse’ lucht van de wc. Je kan hem dan wel afsluiten met tentdoek en klittenband, dat werkt niet, hè? Je kan net zo goed kakken in de speeltuin.
  45. Doe dat overigens maar niet, daar speelt mijn kind.
  46. Processierupsvrije camping. Mijn favoriete twee woorden van 2019.
  47. Wat is dit fijn, hè? Oh, zo fijn.
  48. Ga nu geen ruzie met me maken omdat de kaarten van Skip-Bo niet goed geschud zijn.
  49. Toch opvallend dat alle ouders ’s avonds voor de tent spelletjes spelen.
  50. Bordspelletjes en kaartspelletjes bedoel ik. Hoewel ik het vermoeden heb dat menig stel liever ander soort spelletjes zou willen doen, maar het niet echt handig is in een tent.
  51. Natuurlijk schat. Laten we alvast boeken voor volgend jaar. Misschien kunnen we zelfs kijken voor een caravan en tent ernaast?

Populair

Back to Top