Hersenspinsels van een zwangere vrouw – deel 1

Hersenspinsels van een zwangere vrouw – deel 1

Ik ben alweer zeventien weken en zes dagen zwanger. Dik in het tweede trimester ondertussen en al met een behoorlijke buik. Nu mijn buik ook echt zichtbaar begint te worden, mensen commentaar beginnen te geven, reclame om je oren begint te vliegen en Jop steevast citeert uit zijn onuitputtelijke bron van kennis over het lichaam van de zwangere vrouw, werd het voor mij tijd om al deze gedachten te ordenen. Bij deze deel 1 van hersenspinsels van een zwangere vrouw.

Schopjes

Sinds vorige week voel ik onze baby af en toe schoppen. Jop en ik lagen in bed, te discussiëren over iemand in onze kennissenkring die af en toe verdacht veel weg heeft van een heks (in gedrag). Jop zei, vol overtuiging, dat onze baby vast óók bang is voor de heks. Waarop ik een schopje voelde. Ons kind is dus niet bang en gaat nu al in tegen zijn/haar vader. Ik ben trots.

O-ver-al nieuwsbrieven

Op elke babysite waar ik (per ongeluk, omdat ik weer één of ander raar symptoom googelde) op terechtkom, vliegen de pop-ups me om de oren. ‘Hoeveel weken ben je zwanger?’ ‘Wil jij ook de ontwikkeling van je baby van week tot week lezen?’ en ‘Je baby wil met je communiceren! Schrijf je in!’ – slechts een greep uit de belachelijke schreeuwen om aandacht die ik de afgelopen weken ben tegengekomen. Als ik me inschrijf voor al die nieuwsbrieven, heb ik een goed excuus om de was niet meer te doen, want tijd heb ik dan niet meer. Soms, heel soms, weet een bedrijf me toch te verleiden tot het invullen van mijn (e-mail)adres. Maar dat is omdat ze gratis spullen weggeven. Ik blijk nu ineens reuze gevoelig te zijn voor gratis zwangerschapsboxen, knuffeltjes en sokjes.

Hydrofiele luiers zijn geen luiers

Nee, echt niet. En ze zijn blijkbaar zó fantastisch, dat je er meteen meer dan een dozijn nodig hebt. Het zijn iets van multifunctionele doeken die dienst kunnen doen als handdoek, matrasbeschermer, spuugdoek etc. Waarom half kinderloos Nederland dit ogenschijnlijke fantastische product nog niet heeft ontdekt, is me vooralsnog een raadsel. Zodra ik ze in huis heb, ga ik minpunten proberen te ontdekken. Een uitdaging, als ik alle blogs mag geloven.

Je kan ze trouwens blijkbaar wel gebruiken als luiers, maar dat wordt dan weer niet echt veel gedaan.

Ploppende navels?!

Jop vertelde me dat in zijn zwangerschapsboek voor mannen staat dat vanaf week 18 mijn navel kan gaan ‘ploppen’. Je weet wel, dat het van een vallei naar een berg springt. Blijkbaar, als ik goed heb geluisterd, ‘plopt’ het echt in één keer. Ik weet niet of ik écht goed heb geluisterd. Ik weet wel dat ik een paar minuten Jop heb aangegaapt vanaf de keuken met een zak sla in mijn hand.

Ik heb natuurlijk wel meteen in semi-paniek een vriendin geappt of haar navel ook heeft geplopt en of het pijn deed. Haar navel plopte niet en de boodschap was: chill woman! Oké.

Volgens dat duistere boek van Jop is het blijkbaar een zeldzaamheid als je de navel van je zwangere partner ziet ploppen. Een soort mile high club voor navel ploppers dus.

Slechte opmerkingen van de vader

Jop heeft op dit moment meer kennis over mijn zwangerschap en het ouderschap dan ikzelf. Hij leest religieus elke week een nieuw hoofdstuk uit het Zwangerschapsboek voor Mannen en leest het dan vervolgens aan mij voor. Ook weet hij, als ik weer eens klaag over rugpijn, misselijkheid, hoofdpijn, voetenpijn of welke pijn dan ook, waardoor het komt, wanneer het over moet gaan of wat ik er tegen moet doen. Handig, zo’n encyclopedie. Het is alleen jammer dat hij soms ook ‘grapjes’ vertelt.

Zo meldde Jop me dat we het geboortekaartje ook een persbericht kunnen noemen (ha-ha). En vertelt ook aan wie het maar wil horen, dat een bevalling te vergelijken is met een harde drol eruit persen.

Mijn antwoorden op slechte opmerkingen van de rest van de wereld

Omdat ik over het algemeen geen reactie weet op Jops opmerkingen, behalve een diepe zucht of een staarwedstrijd, richt ik me tot de rest van mijn omgeving die met hun bijzondere vragen en goedbedoelde adviezen komen. Mijn meest gegeven antwoorden de afgelopen weken:

Ik wéét dat mijn buik al behoorlijk dik is.

Nee, ik krijg geen tweeling.

Ja, dat weet ik heel zeker.

Ik zal de volgende keer tegen de verloskundige zeggen dat jij het beter weet dan al die specialisten die al eerder hebben gekeken en vragen of er toevallig toch niet één achter zit die synchroon met zijn broertje/zusje mee zwemt.

Publiekelijk bezit

Mijn buik is, nu ik zwanger ben, blijkbaar publiekelijk bezit. En dan vooral onder de vijftigplussers. Zonder blikken of blozen leggen mensen, zonder te vragen, hun hand op mijn buik. Ik vind het vooralsnog niet heel vervelend. Ik snap dat mensen meeleven en wellicht zelf nog even iets willen meemaken van een zwangerschap. Toch, als je ongevraagd mijn buik vastpakt, kun je er donder op zeggen dat je vervolgens het onderwerp bent van mijn eerstvolgende appje naar mijn vriendinnen. Als je mijn buik wil aanraken zonder gesprek van de dag te worden, vraag het dan even. De kans dat ik nee zeg, is echt heel erg klein.

Om toch af te sluiten met een opmerking van een buikvoeler: ‘Ik voel de baby niet!’ Nee, dat komt omdat je mijn darmen aait. Ga vooral door, kan ik misschien eindelijk fatsoenlijk poepen vanavond.

En verder…

Moet ik nu écht alweer plassen? Ik wil niet opst- ik ga al.

We krijgen al maanden cadeautjes voor de baby (superleuk! Ik houd van cadeautjes uitpakken). Wat met stip op nummer één staat? Sokjes!

We weten sinds 9 april of we een jongetje of meisje krijgen! *insert gillende emoji*. We hebben het enkele familieleden, vrienden en collega’s al verteld. Ook nieuwsgierig? Nog een paar daagjes geduld!

 

Back to Top