Naar het strand met kinderen versus zonder kinderen

Naar het strand met kinderen versus zonder kinderen

Al sinds ik me kan herinneren, ga ik graag naar het strand. En al sinds ik me kan herinneren, gingen we ieder jaar met mijn ouders. De familie van mijn vaders kant komt uit Zeeland. Hoewel ik ben opgegroeid in de buurt van Arnhem, waren we ieder jaar minstens twee weken te vinden in Zeeland. Op een dag zou ik hier ook komen met mijn kindje en die zou het net zo fantastisch vinden als ik. Ja, fantastisch vond hij het zeker. Maar ik ben wel teruggekomen van dat romantische beeld van samen door de golven huppelen.

Vroeger las ik hele boeken uit op het strand. Hoewel ik me insmeerde met factor dertig, verbrandde ik gek genoeg toch altijd weer. Ik lag te bakken, rende de zee in met mijn opblaasdinosaurus, las nog wat boeken, maakte me zorgen om mijn blubberbuik (fuck dat), at friet en ijs (want fuck die blubberbuik) en las nog een boek of drie. De herinneringen aan vroeger werden weer aangewakkerd toen we onze vakantie naar Zeeland boekten afgelopen zomer. Het zou minstens zo mooi worden, bedacht ik me. Jop vroeg zich ondertussen af waarom ik toch zo dol was op het strand, want het is vooral ‘heel veel zand wat vooral tussen je bilspleet komt’ – zijn woorden, overigens – en nogal koud en winderig – ook zijn woorden. Ik dreigde met een echtscheiding en zo gingen we op vakantie.

Het is niet hetzelfde

Dat romantische beeld van zonsondergangen met je partner, je kindje spelend in het zand, van zandkastelen tot lekkere broodjes? Forget it. Je kan er beter een actieve vakantie aan zee van maken, want ontspannen is er niet bij.

Boeken lezen

Ik had het boek ‘Geef dat kind een slok jenever’ bij me en dacht: dit is mooi leesvoer voor op het strand. Ik heb drie zinnen kunnen lezen, want De Kleinste vond dat mijn boek begraven diende te worden. En als mijn boek niet begraven diende te worden, diende ik begraven te worden. En als ik niet begraven wilde worden, dan moest ik zelf graven. En oh ja, tegelijkertijd was ik ook doodsbang dat dat kind die hele 50 meter die we van de zee aflagen, zou kunnen afleggen in een flits van een seconde en opgeslokt zou worden door de golven van de Noordzee. Boek dus maar weer terug in de tas en af en toe een blik op de klok werpen. Hoe laat is het? Kan ik al naar huis om vanuit het huisje maar een boek te lezen?

Zandkastelen bouwen

Ik, sorry, De Kleinste, heeft zo’n leuke emmer in de vorm van een kasteeltje. Zo’n emmer waarvan ik er vroeger ook één wilde. Zo eentje waar je het zand inschepte, het op de kop zette en er al meteen een zandkasteel uitkwam. Dat emmertje schepte ik vol. En toen ik het op de kop wilde zetten om het kasteel te bouwen, was daar De Kleinste die vond dat het emmertje éérst leeg moest en dan opnieuw gevuld diende te worden. Ik heb uiteindelijk de emmer afgepakt. Peuter brullen. Maar mama had haar zandkasteel. Die meteen instortte. Karma noemen ze dat, denk ik.

Lekker zonnen

‘Kom hier, je moet je even insmeren.’

’Kom hier, de zon is fel. Zet je pet op.’

‘Nee, ik weet dat het niet fijn is dat mama je tere huidje scrubt met een mengeling van zand en zonnebrandcrème, maar je gilt nog harder als je vanavond verbrand bent.’

‘Weet je wat, bekijk het ook maar. Als jij op je 20e huidkanker hebt, dan is het je eigen schuld!’

‘Wacht je bent nog geen twee. Kom hier. Ik smeer je toch maar in. Daarna mag je weer in het zand rollen. Want waarom niet joh.’

Dat zand zit overal

Oh mijn hemel, waar komt al dat zand vandaan? Ik heb dat kind afgeklopt, onder de douche gezet en het hele huis daarna ontsmet en alsnog ligt zijn bed onder het zand. Hoe komen zijn schone kleding zo vies? Zijn hier zandkabouters? En als je dan denkt dat je alles hebt gehad en je peuter gewoon dwarsligt en niet wilt luisteren, blijkt dat er nog een zandbak verstopt zit in zijn oorschelp (schelp, vat je hem? Haha! Oké… en door).

Die opblaasbanden zijn niet gemaakt voor kleintjes

Opblaasbanden zijn niet gemaakt voor kleintjes, of mijn kleintje is niet gemaakt voor opblaasbeesten, het is één van de twee. Hoewel De Kleinste met liefde de zee in rende – en ik er in paniek achteraan rende – vond hij de opblaasbare flamingo niet zo’n succes. En ik snap wel waarom. Het is haast onmogelijk fatsoenlijk op zo’n beest te gaan zitten. En dit kan je al helemaal niet gracieus doen.

Hoe vind je de zee, schat?

En volgend jaar doen we het hopelijk allemaal weer opnieuw. Want dat romantische beeld blijft toch in mijn hoofd spoken.

Back to Top