Waarom we op moeten houden met ‘ik ben druk’ te roepen

Waarom we op moeten houden met ‘ik ben druk’ te roepen

Ruim een jaar geleden las ik het boek ‘Nooit meer te druk’. Het boek is een wereldwijde besteller en veel mensen zweren bij de theorie. In dit boek beschrijft psycholoog Tony Crabbe dat we het altijd maar te druk hebben. Hij legt uit waarom we denken dat we het te druk hebben, terwijl dit echt niet komt omdat we zoveel moeten doen. We kiezen er vaak zelf voor om al die dingen te doen. We maken onszelf druk. Deze post is geen recensie van het boek. Nee, daarvoor zijn er al te veel te lezen op het internet. Deze post gaat over wat het boek me bracht, een jaar nadat ik het las.

Je hebt het niet druk

Eén van de opmerkingen die me in het boek het meest bijbleef, was dat we vaak druk zijn met het vertellen dat we zo druk zijn. Het is haast gewenst om te zeggen dat je druk bent als iemand je vraagt hoe het gaat met je. Alsof het iets goeds is dat je het gevoel hebt dat je hele dagen van hot naar her rent. Je wordt soms zelfs gek aangekeken als je aangeeft dat je het rustig hebt. Hoezo heb je het rustig? Gaat het niet goed op het werk? Heb je even tijdelijk een pauze omdat er ergens drukte ontstond en je je prioriteiten moest verleggen?

Ja, mijn prioriteiten heb ik ondertussen verlegd. Naar mezelf. En naar de dingen die ik graag wil. Op het moment dat ik nu zeg dat ik het druk heb, dan zorgt dit voor alarmbellen bij Jop. Dit betekent namelijk dat ik te veel hooi op mijn vork heb genomen en ik moeilijk de focus bij één taak kan houden. ‘Druk’ is dus ondertussen voor mij een codewoord geworden: dit houdt in dat ik op zoek moet naar meer balans.

Op zoek naar balans

Die balans komt er steeds meer. Zo ben ik al lange tijd op zoek naar meer balans tussen mijn werk, mijn blog en privé en accepteer ik steeds meer dat imperfect zijn ook perfect kan zijn. Ik ben minder gaan werken. Ik mediteer. Ik slaap beter nu ik meer rust heb en af en toe trek ik me wat meer terug door even alleen, of zonder gezin, op vakantie te gaan. Hoewel ik het moeilijk blijf vinden om mij volledig terug te trekken en voor mezelf en voor stilte te kiezen, word ik er elke dag een beetje beter in.

Shamen van moeders is blijkbaar normaal

Ik leerde dus vooral balans en dat het niet oké is om altijd te roepen dat ik te druk ben. Maar er is nog een opmerking die me bij is gebleven uit het boek. Tony Crabbe merkte op dat het hem opviel dat veel jonge moeders bij het borstvoeden van hun kind, niet naar hun kind keken, maar naar hun telefoon. Dit is volgens hem slecht. Want je moet tijdens het eten je kind aankijken.

Wow. Ik had het boek trouwens bijna weggelegd toen ik dit hoorde. Pardon? Mijn kind lurkte verdorie het liefste acht uur per dag aan mijn tiet. Excuse you dat ik mijn telefoon erbij pak om mezelf te vermaken. Ik ben al dienstbaar genoeg als moeder. Daarbij ben ik overigens ook van mening dat mannen die geen melkproductie hebben en niet weten hoe het voelt als je kind ‘aanhapt’ – er is een reden dat het aanhappen heet en het is net zo ‘fijn’ als dat het woord klinkt – gewoon hun mond moeten houden. Ga anderen shamen, maar shame vooral geen moeders. Daar zijn we zelf al goed genoeg in.

Het boek is geen geweldige eye-opener, maar het laat je wel even stilstaan bij alle onrust en alle moetjes die je jezelf oplegt.

Back to Top